
De weg van de koningen
De drie koningen gingen op een lange reis. Niet zomaar een tocht over bergen en door woestijnen, maar ook een innerlijke weg: een weg van zoeken, van waarnemen, van trouw blijven aan een ster die hen riep. Zij lieten het bekende achter zich om iets te vinden dat zij nog niet kenden — een Kind, waarin hemel en aarde elkaar raakten en weer met elkaar in verbinding kwamen
Wanneer zij Hem uiteindelijk vinden, doen zij iets eenvoudigs en groots tegelijk: zij knielen. En zij openen hun schatkisten. Goud, wierook en mirre — niet zomaar kostbaarheden, maar uitdrukking van wat zij in zichzelf hadden verzameld aan eerbied, toewijding en overgave.
Wij hoeven vandaag geen verre reis meer te maken. De weg naar het Kind is dichterbij gekomen. Eén stap is genoeg: een stap naar het altaar van ons hart. Daar kunnen wij onszelf dezelfde vraag stellen als de koningen toen zij hun kisten openden:
Wat heb ik te geven? Welke schat draag ik in mij die ik kan neerleggen?
Misschien is het geen goud, geen wierook en geen mirre. Misschien is het tijd, aandacht, vergeving, moed, trouw, of een gebed dat al lang in ons leeft. Maar iedere gave, hoe klein ook, wordt tot een offer wanneer zij met liefde wordt neergelegd.
Zo worden wij, telkens wanneer wij die innerlijke stap zetten, zelf een beetje tot koningen op weg — niet om iets te halen, maar om iets te brengen.
Adam Ricketts